Jozef Maria Laurens Theo Cals behoort tot een van meest vooraanstaande Nederlandse politici van de naoorlogse periode. Naast de mammoetwet was hij verantwoordelijk voor een gigantische hoeveelheid wetgevende arbeid op het gebied van onderwijs, cultuur en wetenschap. Anders dan veel KVP-politici, bijvoorbeeld Romme, Beel, Schmelzer en Luns, beperkte hij zich niet tot het intelligent handhaven van de status quo, maar ging hij met zijn tijd mee en kreeg hij allengs een vernieuwende mentaliteit.
Zoals bij veel grootheden is Cals gegroeid door tegenslag. Geboren (in 1914) met een ernstige oogafwijking, onderging hij tevergeefs diverse operaties. Bij vermoeidheid kon hij met zijn linkeroog steeds minder zien. Bovendien was hij, samen met z’n tweelingzus, de jongste tussen zes zusters. Maar dat beschouwde hij niet als een handicap; hij werd geplaagd, maar ook verwend: 'een meisje alleen tussen jongens is een slaaf, een jongen alleen tussen meisjes is een graaf’.
Is er in Nederland een roomsere plaats denkbaar dan bisschopszetel Roermond? Cals groeide daar op als zoon van zeer katholieke ouders. Vader Cals gaf aanvankelijk onderwijs en maakte carrière als inspecteur voor het katholieke onderwijs. Een spreekwoord zegt dat de grootheid van de man begint in de schoot van zijn moeder. Bij Cals ging dat zeker op – zijn moeder was een onvoorwaardelijke fan. Belangstelling voor het onderwijs kreeg hij van huis uit mee.
Als hoogbegaafde leerling was het volgen van het gymnasium (Bisschoppelijk College) een vanzelfsprekendheid. Zijn ouders juichten de keuze toe om daarna het groot-seminarie te Rolduc te volgen, maar daar voelde hij zich toch niet thuis. Na twee jaar verruilde Cals de priesterstudie voor die van rechten, op de Katholieke Universiteit Nijmegen. Als rechtenstudent voelde hij zich meer thuis en in het oorlogsjaar 1940 studeerde hij af.
In de oorlog raakte Cals meer en meer betrokken bij het verzetswerk. Ook door zijn bekwaamheden als advocaat, rechter en lid van de gemeenteraad van Nijmegen viel hij op en werd hij voor de KVP in 1948 in de Tweede Kamer gekozen. Minister Rutten van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen had behoefte aan politieke ondersteuning. Zo werd Cals in 1950 een van de eerste staatssecretarissen van Nederland. Hij werd in 1952 minister van O.K. en W.
Cals is dè man van de mammoetwet, de Wet op het Voortgezet onderwijs van 1963. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel was hij in eerste termijn bijna zeven uur aan het woord, een parlementair record. De mammoetwet had en heeft veel tegenstanders die terugverlangen naar ‘de goeie ouwe HBS’, waaronder Pim Fortuyn. Echter, gelet op de leerprestaties van de HAVO- en VWO-leerlingen door de jaren heen kan Cals’ pièce de resistance de toets der kritiek glansrijk doorstaan.
Terwijl de mammoetwet op zich al getuigt van indrukwekkende wetgeving, is deze wet er slechts één uit een lange lijst van wet- en regelgeving onder zijn leiding. Hij bracht 70 wetten tot stand. Enkele voorbeelden: de Kleuteronderwijswet 1955, het Televisiebesluit 1956 (Nederlandse TV-programma’s begonnen in 1952), de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1960.
Jo Cals was net te gevat, te scherp, om populair te zijn bij de KVP-Kamerfractie. Toen hij zich eind 1963 kandidaat stelde voor het vice-voorzitterschap van die fractie, werd hij dan ook afgetroefd door een minder gerenommeerde fractiegenoot. In de nacht van Schmelzer (1966) ging het naar hem genoemde kabinet roemloos ten onder. Deze kleine man (1,65 m. lang) was misschien wel te groot voor de Binnenhofse politiek. Meer populair werd hij in zijn nadagen als minister bij de bevolking.